| |
In de
schijnwerper
VENERABELE
KAPEL
Daar wacht ons een prettige verrassing. Uit
het puurste witmarmer gehouwen misdienaartjes met engeltjesvleugels
wuiven de bezoekers toe met sappige druiventrossen en het
wierookvat. Zij doen dat al driehonderd jaar. Hun schattige
aanwezigheid is op zichzelf al een bezoek aan Sint-Jacob waard.
Theodoor
van Lerius vond in het kerkarchief een akte van 3 oktober 1487,
waarin reeds sprake is van een Sakramentsaltaar. De datum bewijst
dat het in de eerste kleine Sint-Jacob was. Toch bestond de huidige
Sakramentskapel al in 1506. De vergroting met toevoeging van de
aanpalende Sint-Alfonsuskapel door de metsers en steenkappers Flips
De Swert en Piet Swinnen begon in juli 1664 en was in april 1665 afgewerkt.
Aan
de eerste pilaar rechts (achter het beeld van Sint-Mattias)
ontmoeten we werk uit de school van Colyns de Nole, ditmaal van
Andries Colyns-de-jonge. Een monument in marmeren albast ter ere van
Frans de Semerpont (t 1641) en zijn vrouw Barbara van den Stock (f
1660), opgericht door hun zoon Jacob, man van Anna Oliviers van
Berghuysen, en zijn dochters. Dezelfde steen eert tevens Frans
Domis, koninklijk raadsheer en officier-fiskaal bij de Soevereine
Raad van Brabant, en diens vrouw Anna des Mares. De familiewapens
sieren de gedenksteen, hersteld in 1840 door H. Schaefels in
opdracht van de familie Domis de Semerpont uit Brussel.
Naar
het altaar toe ziet men op de pilaren een wit marmeren H.-Hart (1880) en Sint-Antonius van Padua
(1890), twee beelden van Fr. Deckers, het ene geschonken door de
familie Camaert d'Hamale, het andere door Leon de Burbure de
Wesembeeck.
Veel
waardevoller is de kommuniebank, een prachtstuk van Vlaamse
beeldhouwkunst, werk van Willem Kerrickx de Oude en Hendrik
Verbruggen, in 1695 besteld en het jaar nadien geplaatst op kosten
van Katrien Marlens, zuster van Gregoor Martens, binnenburgemeester
te Antwerpen. Restauratie in 1845 spaarde dit kunststuk voor
ondergang. Toen stelde men namelijk vast dat het binnengebint niet
van koper maar van ijzer was. Langs de kommuniebank helemaal naar
links gaande ontdekt men een echt meesterwerkje van Verbruggen : het
engeltje in de nis onderaan (beneden
in de verscholen linkerhoek). De tegenhanger, de engel aan de epistelkant,
is werk van Kerrickx. In het basreliëf van de kommuniebank bevinden
zich de medaillons (van links naar rechts) van de H. Katarina de
H. Maagd, St. Jozef, St. Gregorius de Grote, Ste. Barbara, Sint
Franciscus Xaverius en Ste. Teresia. Een meesterlijke kompositie van
Verbruggen (1655 - 1724) is het halfverheven beeldwerk van het
middenpaneel met engelen in aanbidding voor het Sakrament.
Zijn
vader, Pieter Verbruggen de Oude (1610-1686) en Ludovicus
Willemssens leverden het Sakramentsaltaar in 1670. Hoog in top
troont de pelikaan en daaronder God de Vader (mooi werk van
Willemssens). Bij het schilderij leest men de evangelietekst: «lck
ben de wegh, de waerheit ende t' leven». Het doek (1590) Het
Laatste Avondmaal is van Cornelis van Dale. Het bovendeel van de
kompositie, op hout geschilderd, werd
tweemaal vergroot, in 1680 en in 1696. Pieter Verbruggen de
Jonge (1640-90) beitelde Sint Petrus (links) en
Ludovicus Willemsens Sint
Paulus (rechts).
De twee
witmarmeren engelen die de kandelaars dragen zijn minder
waardevol werk, in 1829 aangeworven door de Sakramentskapel en
herkomstig uit de Sint-Waudrukerk te Bergen (Henegouwen).
Het
altaartabernakel in verguld brons met zilveren ornamenten is werk
(1844) van goudsmid Jan-Piet Verschaylen. Men ziet er
ondermeer het Lam Gods, Melchisedech en Aaron, gesneden naar de
modellen van Jozef Gillis, die deze figuren in vorige eeuw ontwierp
voor de Sakramentskapel van de hoofdkerk.
De
reeds meermaals genoemde Ludovicus (of Lodewijk) Willemssens (1630-1702)
is een minder bekend, maar zeer verdienstelijk Antwerpenaar.
Deze leerling van Artus Quellin de Oude verbleef op het einde
van zijn leven als hofbeeldhouwer van koning Willem III in Engeland.
Toch werd hij begraven bij zijn vrouw in de vroegere Sint-Joriskerk
te Antwerpen. Willemssens maakte ook de preekstoel van Sint-Jacob.
Volgens dr. Jan L. Broeckx die veel over deze beeldhouwer
publiceerde, drukte de invloed van Rubens het bijzonderste stempel
op de kunst van Willemssens. Broeckx noemt hem ruwer dan Quellin
maar zuiverder Vlaams of noords, in deze zin : dat hij zich in
hoofdzaak bekommerde om de uitdrukking van de figuren. Kijkt u nog
eens naar God de Vader en Sint Paulus van het Sakramentsaltaar.
Willemssens wist het menselijk lichaam op vrije, natuurlijke en
nadrukkelijke wijze te bezielen. Van hem is het wondermooie en
waardevolle marmeren halfverheven beeldhouwwerk op het altaar met de
schattige engeltjes-misdienaars. Ze dragen elk apart een liturgisch
voorwerp, gebruikt bij de Mis. Van links naar rechts : de misbel,
het wierookvat, de ampullen voor water en wijn, het
misboek en de kelk. Alleen al om dit tafereel komt men graag naar de
Sint-Jacob.
|
|